Sliedrecht heeft de uitvoering van enkele (wettelijke) taken overgedragen aan verbonden partijen. Dat betekent dat de gemeente verantwoordelijk blijft, maar de taken zelf niet meer uitvoert. Verbonden partijen dienen over het algemeen een openbaar/maatschappelijk belang. Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft (art. 1 Besluit Begroting en Verantwoording, BVV). Dit kan zijn in publiekrechtelijke samenwerkingsorganisaties (gemeenschappelijke regelingen), in privaatrechtelijke samenwerkingsorganisaties (NV's, BV’s, stichtingen, verenigingen etc.) en in publiek-private samenwerkingsorganisaties (PPS-constructies). Het college bestuurt en beheert de Verbonden Partijen conform de kaders die de raad in 2024 in de Nota Verbonden Partijen heeft vastgelegd. Door bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en de risico’s die daar mogelijk uit voortvloeien, besteden wij in de begroting en jaarrekening expliciet aandacht aan de verbonden partijen.
In deze paragraaf nemen we, rekening houdend met de wettelijk verplichte informatie, het volgende op:
- naam en vestigingsplaats
- deelnemers
- type organisatie
- doelstelling (openbaar belang)
- financieel belang van de gemeente
- bestuurlijk belang/ zeggenschap gemeente
- bestuurlijk vertegenwoordiger
- relatie met programmabegroting
- ontwikkelingen
- uittredingsregeling
- risicoprofiel
Grip op verbonden partijen is belangrijk maar ook complex omdat context, taken en structuur per verbonden partij verschillen. Bij de GR-en is de gemeente mede eigenaar, klant en staat het wat verder van de uitvoering. In privaatrechtelijke samenwerking is sturing verbonden aan vaste momenten en mede bepaald naar rato van eigendom. In geval van publiekrechtelijke samenwerking speelt ook de mate waarin de gemeente bevoegdheden aan de verbonden partij heeft overgedragen een rol. De gewenste sturing wordt mede bepaald door het risicoprofiel van een verbonden partij.
Risicoanalyse
De verbonden partijen dragen ook zelf zorg voor een risicoanalyse die ze verwerken in de risicoparagraaf (in planning & control documenten) van de verbonden partij. De gemeente benut deze analyse om een verbonden partij te plaatsen in een risicoprofiel. Dat gebeurt aan de hand van twee assen:
Bestuurlijk/maatschappelijk: De mate waarin (lokale) keuzes mogelijk en wenselijk zijn met betrekking tot de invulling en uitvoering van de betreffende taak. Bij een partij die werkzaamheden uitvoert met een groot maatschappelijk belang, zal de politiek bestuurlijke (bij)sturingsbehoefte groter zijn.
Financieel: Hoe meer gemeentelijke middelen omgaan in een verbonden partij, hoe groter de behoefte aan sturing. Hetzelfde geldt voor de omvang van de financiële risico's.
Indien het bestuurlijk en/of financieel risico beperkt is, dan is de verbonden partij gekwalificeerd als een laag risico en kleurt deze groen. Kunnen enkele opmerkingen gemaakt worden, kleurt het oranje. Mocht de relatie met de verbonden partij risicovol zijn, dan is de verbonden partij rood.

Ten aanzien van de classificaties middel/hoog en hoog de volgende toelichting.
- Het risico van de GR Sociaal kan ingeschat worden als hoog. Er wordt gewerkt aan maatregelen die de uitstroom moeten vergroten en de instroom kunnen verkleinen, maar veel taken zijn wettelijk. Door autonome ontwikkelingen is het lastig om grip te krijgen en lopen we tegen beperkingen aan bij het uitvoeren van de beoogde maatregelen. De kans dat de uitgaven hoger zullen zijn dan begroot is daarom reëel.
- De GR DG&J ZHZ, met name op het onderdeel Serviceorganisatie Jeugd, kent eveneens hoge financiële en inhoudelijke risico's, om vergelijkbare redenen als bij de GR sociaal. De vraag naar jeugdhulp blijft stijgen en enkele complexe casussen kunnen zorgen voor een hoge piek in de uitgaven. Daarnaast spelen ook hier autonome ontwikkelingen een grote rol. De budgetten die we ontvangen van het Rijk zijn ontoereikend om de groei en ontwikkelingen op te vangen. We proberen meer grip te krijgen op met name jeugdhulp, o.a. door lokaal meer te doen aan preventie, laagdrempelige ondersteuning en sturing op de toegang. De kans dat de uitgaven hoger zullen zijn dan begroot is om deze redenen reëel.
De sturing wordt ook bepaald door de mate waarin invloed kan worden uitgeoefend. Bij een minder zwaarwegende stem is de sturing mede afhankelijk van de medestanders van het gemeentelijk standpunt. Vierjaarlijks in het collegeakkoord en jaarlijks bij de begroting kan focus worden aangebracht.
.png)